Richtlijn PAV herzien

05 oktober 2016

De richtlijn perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde recentelijk herzien. Aanleiding voor de herziening waren nieuwe wetenschappelijke inzichten over behandelstrategieën en het toevoegen van een module over kwetsbare ouderen. Het Kennisinstituut van Medisch Specialisten begeleidde de herziening van de richtlijn. De aangepaste richtlijn is inmiddels toegevoegd aan de Richtlijnendatabase.

Perifeer arterieel vaatlijden is tegelijkertijd één van de onderwerpen die zijn benoemd in de kennis- en doelmatigheidsagenda. Uit de witte vlekken analyse van de gehele kwaliteitscyclus kwam naar voren dat de richtlijn herzien moest worden. Daarnaast had de patiënteninformatie een update nodig en was er de behoefte om de kwaliteit van zorg te meten op basis van een medical audit. Het Kennisinstituut heeft deze trajecten begeleid.

De multidisciplinaire richtlijnwerkgroep bestond naast vaatchirurgen uit interventieradiologen, een internist, klinisch geriater, en een huisarts. Er was aandacht voor het patiëntenperspectief door de afvaardiging in de werkgroep vanuit de Hart&Vaatgroep.

Wat is er gewijzigd?

Dankzij deze herziening kunnen medisch specialisten gebruik maken van een actuele en verbeterde richtlijn. De herziening is volledig evidence-based ontwikkeld volgens de huidige methodiek die beschreven staat in Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0.

  • Bij kwetsbare ouderen is zorg complex en hebben interventies andere consequenties. De richtlijn bevat daarom nu ook een aanbeveling om een aangepast advies te geven en dit ook te overleggen met de klinisch geriater. Ook bij deze patiëntengroep moet zo lang mogelijk worden gestreefd naar behoud van het been.
  • Ook besteedt de herziene richtlijn aandacht aan de verdeling van zorg, diagnostiek en behandeling tussen de eerste en tweede lijn. De belangrijkste aanbevelingen uit de herziene richtlijn zijn dat patiënten met claudicatio intermittens, na het stellen van de diagnose in het vaatlaboratorium, in de eerste lijn kunnen worden behandeld door middel van gesuperviseerde looptherapie (GLT) en secundaire preventie. Verwijzing naar de tweede lijn hoeft pas te gebeuren bij onvoldoende vermindering van de klachten en bij patiënten die kritieke ischemie hebben of ontwikkelen. In die gevallen kan invasieve therapie worden overwogen. Bij endovasculaire behandelingen is het niet nodig om routinematig stents te plaatsen.
  • Kosteneffectiviteit; bij deze analyse werkte het Kennisinstituut samen met het iMTA en het Zorginstituut in het kader van het traject ‘Zinnige zorg’. Door het kostenaspect mee te nemen in de gehele richtlijn, is de toepassing van dure interventies, zoals drug-eluting stents, genuanceerd. Daarnaast heeft looptherapie nu een prominenter aandeel gekregen in de behandelstrategie. Looptherapie werd eerder niet vergoed vanuit het basispakket, waardoor het voor veel mensen geen optie was. Als gevolg van meerdere initiatieven, waaronder de uitkomsten van deze herziene richtlijn, heeft de minister van VWS besloten om vanaf 2017 toch een vergoeding in te voeren.

Patiënteninformatie voor Thuisarts

Voor Thuisarts.nl ontwikkelde het Kennisinstituut samen met de richtlijnwerkgroep patiënteninformatie te vinden over perifeer arterieel vaatlijden. Het is daarmee één van de eerste medisch-specialistische onderwerpen waarvoor patiënteninformatie op Thuisarts is gepubliceerd.